Nu, 1945 Een jaar lang dagelijks nieuws uit het bevrijdingsjaar in Groningen en Drenthe, met de middelen van nu
Inwoners van De Wijk vieren de bevrijding met de geallieerde soldaten. Foto: Groninger Archieven (OVCG)
1945

75 jaar geleden begon de bevrijding van Drenthe: een overzicht

Inwoners van De Wijk vieren de bevrijding met de geallieerde soldaten. Foto: Groninger Archieven (OVCG)

Tussen 6 en 14 april werd Drenthe in razend tempo bevrijd. Sommige delen werden zonder slag of stoot door de geallieerden ingenomen, op andere plaatsen werd zwaar gevochten. Een overzicht.

Het is 5 april 1945. Een Canadese pantserdivisie komt vanuit het Duitse Emlichheim voor het eerste de Drentse grens over. Coevordenaren hopen dat de bevrijding van hun stad die dag nog gevierd kan worden. Maar als de Duitsers de Bentheimerbrug opblazen en daarmee het centrum ontoegankelijk maken, blijkt die hoop al snel vervlogen. De Canadese opmars is gestuit, twee soldaten worden dodelijk getroffen en de geallieerden trekken zich terug.

Coevorden als eerste vrij

De volgende dag leggen de Canadezen tijdens het ochtendgloren snel een noodbrug aan. Dit keer kunnen de tanks vrijwel ongestoord het centrum in rijden. Op de Markt wordt die dag volop feest gevierd en als Radio Oranje ’s avonds meldt dat gepantserde colonnes Coevorden binnen zijn getrokken, is het officieel: Coevorden is als eerste Drentse stad weer vrij.

Terwijl zevenhonderd Franse parachutisten op 7 en 8 april tijdens Operatie Amherst op verschillende plekken achter het front aanvallen uitvoeren op de Duitsers, is een Poolse tankdivisie vanuit Breda opgestoomd richting onze provincie om de Canadezen te hulp te schieten.

Oosterhesselerbrug

Om bij Emmen te komen, moeten de Poolse tanks de Hoogeveense Vaart over. Die waterweg vormt een belangrijke barrière. En dat weten de Duitsers, die zich ingraven bij de Oosterhesselerbrug. Op 7 april, de dag na de bevrijding van Coevorden, probeert een eenheid Belgische SAS-soldaten met snelle jeeps de weg te bereiden voor de Poolse tanks, door Dalen in te nemen.

Dit lukt, maar als zij verder rijden richting de Oosterhesselerbrug, worden ze zwaar onder vuur genomen. De Duitsers proberen de burg op te blazen, maar dit mislukt. Wel geven ze zoveel tegenstand dat de Belgen zich terugtrekken, om op Poolse versterking te wachten.

„In die dagen was het heel onrustig aan de Hoogeveense Vaart”, herinnert Annie Blaak-Hidding (82) zich nog. „De Dalerbrug en de Driftbrug, ten westen van de Oosterhesselerbrug, werden opgeblazen. Omwonenden daar raakten in paniek en vluchtten naar onze boerderij.”

Onderdak

De ouders van mevrouw Blaak hebben een boerderij ten zuiden van de Vaart, middenin de velden. Vol spanning zien de vele buurtbewoners uit naar wat komen gaat. Op de ochtend van 9 april krijgen de Belgische vechtjassen eindelijk ondersteuning van de Poolse tanks. En dan gaat het snel. De Duitsers trekken zicht terug, de weg naar Emmen ligt open. Verschillende verlaten woningen rondom de brug gaan daarbij wel in vlammen op. Maar de bewoners, van wie een aantal bij de familie Hidding onderdak gezocht heeft, zijn gelukkig veilig.

Een kaart waarop de geallieerde opmars in Drenthe globaal wordt weergegeven.
Een kaart waarop de geallieerde opmars in Drenthe globaal wordt weergegeven.

Ook voor de Canadezen is de weg nu vrij om op te stomen richting het noorden. „Ik vergeet nooit meer hoe de soldaten ineens vanuit het veld ons erf opkwamen”, gaat Blaak verder. „Iedereen rende op ze af, het was één groot feest. Ze hadden heerlijke chocola bij zich. Mijn zusje en ik smulden ervan, maar mijn broertje, die nóg jonger was dan ik, zat doodsbenauwd onder tafel. Pas veel later vonden we hem terug.”

Dat haar vader de oorlog overleefde, vindt Blaak nog altijd een wonder. „Veel mensen in de omgeving wisten dat er onderduikers op onze boerderij zaten, onder wie een Joodse vrouw. Pas later realiseer je je hoeveel gevaar hij heeft gelopen.”

Emmen en Hoogeveen

De Polen krijgen op 10 april opdracht naar Emmen door te stoten. Hoewel ze onder meer bij Noordbarge op onverwacht verzet stuiten, geven de Duitsers de stad nog dezelfde dag zonder veel gevechten op. Ondertussen bevrijden de Belgische verkenningstroepen met hun jeeps de gebieden tussen Coevorden en Hoogeveen.

Hoogeveen zelf wordt op 11 april vrijwel zonder slag of stoot opgegeven door de Duitsers. Terwijl de Belgen al druk bezig zijn, rukt vanuit het zuiden het 2 Canadese Legercorps op. Hoogeveen wordt min of meer ‘opgeraapt’. Er is geen tijd te verliezen, de weg wordt vervolgd richting Assen en Groningen. Kamp Westerbork wordt op 12 april zelfs bij toeval bevrijd en was niet eens als bevrijdingsobject in de plannen meegenomen.

Assen en Meppel

Waar de Polen in veel Drentse plaatsen ondersteuning krijgen van de Belgische SAS-troepen, zijn de Franse Amherst-parachutisten belangrijke hulptroepen voor de Canadezen, vooral in Midden- en Noord-Drenthe. In Westerbork schakelen de Fransen zelfs bijna general-major Karl Böttger uit in zijn hoofdkwartier in Hotel Slomp.

Op het moment dat de Canadezen aankomen in Assen, zijn de meeste Duitsers daar al richting Groningen gevlucht. Er vinden hier en daar vuurgevechten plaats, met verliezen aan zowel geallieerde als Duitse kant. Maar ook Assen wordt op de ochtend van 13 april vrij snel bevrijd.

Op dat moment bevindt een aantal Canadese eenheden zich al voorbij de Drentse hoofdstad, want Groningen is het einddoel. De Canadezen rukken zelfs zo snel op, dat op het moment dat Meppel wordt bevrijd door de 3e Infanterie Divisie, de eerste schermutselingen in Groningen al gaande zijn. Als ook het uiterste Noorden van Drenthe op 14 april de Nederlandse vlag uithangt, is de bevrijding van de gehele provincie Drenthe een feit.

Assenaren vieren feest op 12 april 1945. Foto: Jan Otter
Assenaren vieren feest op 12 april 1945. Foto: Jan Otter

Terugblik: wie bevrijdt wie?

Hoewel de bevrijding van Drenthe slechts een dikke week duurde, is het niet gemakkelijk het overzicht te bewaren. Er waren verschillende fronten en verschillende legers trokken tegelijkertijd door het Drentse land. Veel mensen, vooral in de kleinere dorpen, hadden bijvoorbeeld geen idee door wie ze precies bevrijd werden.

Meer dan eens waren die bevrijders eigenlijk Belgen, die ’s nachts voor de troepen uit op verkenning gingen. De Poolse of Canadese eenheden kwamen dan overdag achter ze aan en werden als bevrijders onthaald. De Belgische SAS-veteraan Jaak Daemen (95) zei het in deze krant al eerder treffend: „Veel dorpen waren we al gepasseerd zonder dat de bewoners ’s morgens, als ze opstonden, wisten dat ze bevrijd waren.”

De Belgen, Fransen, Canadezen en Poolse strijders waren vaak bij elkaar in de buurt en trokken gezamenlijk op. Zo kregen ook de Amherst-parachutisten op een aantal locaties steun van de Belgische pantserjeeps en werden hun gewonden door Belgische collega’s in veiligheid gebracht. En een Poolse verkenningseenheid, speciaal samengesteld om een aantal Franse para’s uit benarde posities te ontzetten, steunde de Fransen onder meer bij Westerbork. Uiteindelijk is de bevrijding van Drenthe een heel mooi voorbeeld van wat we nu  teamwork  zouden noemen.

Deel dit artikel
Reageren? Correcties? Tips? Mail naar verhalen@ndcmediagroep.nl

Nu, 1945 is een project van Dagblad van het Noorden, in samenwerking met de Groninger Archieven, het Drents Archief en Herinneringscentrum Kamp Westerbork. In 2020 brengen we elke dag verhalen over diezelfde dag in 1945. Dat doen we op basis van interviews, ooggetuigenverslagen en papieren bronnen, zoals (verzets)kranten uit de oorlog. We brengen het nieuws van toen alsof het nu gebeurt, maar houden rekening met wat mensen toen wisten. Met Nu, 1945 willen we laten zien hoe het dagelijks leven er onze regio uitzag in het laatste oorlogsjaar.

Aan dit project werken mee:

  • Archiefonderzoek, verslaggeving en interviews: Jan-Willem Horstman, Stef Bekhuis, Bernd Otter, Annique Oosting en Leonie Sinnema
  • Video’s en beeld: Jeroen Kelderman
  • Projectcoördinatie: Annique Oosting
  • Design website: Pim Klomp
  • Bouw website: Afdeling Digital Development NDC Mediagroep en Alwin Wubs
  • Ontwerp beeldmerk: Harry Kasemir

Dit project is mede mogelijk dankzij subsidies van de provincies Groningen en Drenthe en steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.