Nu, 1945 Een jaar lang dagelijks nieuws uit het bevrijdingsjaar in Groningen en Drenthe, met de middelen van nu
Paratroopers, ter illustratie
1945

Bevrijdingsnieuws: Honderden geallieerden gedropt boven Drenthe

Paratroopers, ter illustratie - Bron: Pixabay

700 Engelse en Franse soldaten zijn afgelopen nacht gedropt boven Drenthe. Het is het begin van operatie Amherst.

De parachutisten moeten verkeersknooppunten en bruggen veiligstellen en hiermee de weg vrijmaken voor de Canadezen, die een aanval op het bezette Groningen voorbereiden. Onder de parachutisten zijn ook vier Nederlanders en een Syriër.

Om de Duitsers in verwarring te brengen worden de parachutisten in 47 kleine groepjes gedropt. Ze landen bij Meppel, Beilen, Westerbork, Gieten-Borger, Appelscha en Assen.

De gedropte troepen zoeken contact met verzetsgroepen in Drenthe en Friesland. De parachutisten die dat niet meteen lukt duiken in eerste instantie onder bij de bevolking.

De respons van de Duitsers op de grote luchtlandingsoperatie? Harde represailles. Veel Nederlanders, waaronder Joden en verzetsstrijders, die gevangen zitten in Drenthe en Groningen worden in de laatste dagen van de oorlog geëxecuteerd.

Dit gebeurt er nog meer op 8 april in het Noorden:

Verzet neemt wraak

Franse para’s, die onderdeel uitmaken van Operatie Amherst, landen door foute kaarten per ongeluk in Punthorst in Overijssel. Hier leggen ze contact met Meppeler Miep van Werven, zij spreekt goed Frans. De para’s verstoppen zich in de Staatsbossen en sluiten zich aan bij de verzetsgroep van Cornelis Bonvanie.

De para’s en de verzetsstrijders willen NSB-families in de omgeving arresteren. Eén van de Franse soldaten, Yves Loichot, gaat samen met verzetsstrijder Kees de Roos met een motor langs bij de families. Ze weten drie leden van de familie Prins te arresteren. Het gaat echter mis als ze aankomen bij familie Santing.

De Roos en Loichot liggen in de sloot voor de boerderij van familie Santing. De Roos schreeuwt ‘geef je over of ik schiet’. Hierop vluchten twee mannen naar binnen. De Roos en Loichot beginnen met schieten en treffen landwachter Harm Santing in zijn arm. Hij vlucht samen met zijn broers Willem en Jacob naar de zolder van de boerderij. Eén van de broers schiet vanaf hier De Roos en Loichot dood.   

Een buurtbewoner is getuige en snelt naar de bossen om de Fransen in te lichten. Loichots tweelingbroer, Raoul, gaat met andere soldaten en verzetsleden naar de boerderij. Ze lossen schoten in de woning. Gewonde mannen komen tevoorschijn, het zijn de broers Santing en hun vader. De Fransen schieten ze dood. Die dag worden er meerdere NSB’ers in Punthorst opgepakt en doodgeschoten. Er vallen in totaal tien doden.

Gevangenen uit Huis van Bewaring geëxecuteerd bij Norg

Gevangenen uit het Huis van Bewaring in Groningen worden op 8 april aan elkaar vast gebonden en in vrachtwagens geladen. De nazi’s vertellen hen dat ze op transport gaat. Bij het vliegveld van Peest stopt de vrachtauto. De gevangenen worden uitgeladen en in het veld doodgeschoten.

Bronnen:

Deel dit artikel
Reageren? Correcties? Tips? Mail naar verhalen@ndcmediagroep.nl

Nu, 1945 is een project van Dagblad van het Noorden, in samenwerking met de Groninger Archieven, het Drents Archief en Herinneringscentrum Kamp Westerbork. In 2020 brengen we elke dag verhalen over diezelfde dag in 1945. Dat doen we op basis van interviews, ooggetuigenverslagen en papieren bronnen, zoals (verzets)kranten uit de oorlog. We brengen het nieuws van toen alsof het nu gebeurt, maar houden rekening met wat mensen toen wisten. Met Nu, 1945 willen we laten zien hoe het dagelijks leven er onze regio uitzag in het laatste oorlogsjaar.

Aan dit project werken mee:

  • Archiefonderzoek, verslaggeving en interviews: Jan-Willem Horstman, Stef Bekhuis, Bernd Otter, Annique Oosting en Leonie Sinnema
  • Video’s en beeld: Jeroen Kelderman
  • Projectcoördinatie: Annique Oosting
  • Design website: Pim Klomp
  • Bouw website: Afdeling Digital Development NDC Mediagroep en Alwin Wubs
  • Ontwerp beeldmerk: Harry Kasemir

Dit project is mede mogelijk dankzij subsidies van de provincies Groningen en Drenthe en steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.