Nu, 1945 Een jaar lang dagelijks nieuws uit het bevrijdingsjaar in Groningen en Drenthe, met de middelen van nu
Bé Aalders stuitte in zijn speurtocht naar het verdwijnen van oudoom Albert op een monumentje in Markt Allhau-Riedlingsdorf als herinnering aan de vele oorlogsslachtoffers.
1945

Van plaggenhut naar slagveld: 'Je hebt niet altijd schuld aan verkeerde keuzes'

Bé Aalders stuitte in zijn speurtocht naar het verdwijnen van oudoom Albert op een monumentje in Markt Allhau-Riedlingsdorf als herinnering aan de vele oorlogsslachtoffers.

Albert Aalders was niet voor het geluk geboren. Die constatering van zijn achterneef Bé Aalders mag rustig een understatement heten. Albert, geboren in Alteveer bij Roden, is slechts 25 jaar geworden en eindigde als ‘onbekende Duitse soldaat’ op een immense begraafplaats in Oostenrijk.

Waar Albert gebleven is was voor Bé een vraag sinds zijn oma ooit vertelde dat een vermissing eigenlijk erger is dan een overlijdensbericht. „Ze zei dat je blijft zoeken. Ze is al overleden maar ik ben dat alsnog gaan doen”, zegt Bé. Het verhaal dat hij de laatste jaren heeft opgespit is een boek waard. En dat komt er ook als een inmiddels gestarte crowfundingactie slaagt.

Albert was een van de vele jongeren die in de oorlog voor de nazi’s zijn gaan vechten. Heel veel overleefden dat niet en Albert was een van hen. Toen Bé zijn speurtocht begon was dat nog verre van duidelijk. Het laatste wat de familie van Albert had gehoord stond in een briefje dat Albert stuurde vanuit Berlijn. Hij meldde dat hij net was ontslagen uit het ziekenhuis vanwege rugklachten, voor de tweede keer in een politiecel had gezeten en dienst had genomen bij de SS. Via het Duitse Rode Kruis kreeg Bé al vrij vlot de bevestiging dat zijn oudoom bij het Oostenrijkse Rechnitz moet zijn gesneuveld in een heftige strijd met het Russische leger. Dat trok via Hongarije Oostenrijk binnen.

‘Tragisch wat in Oostenrijk gebeurd is’

Bé: „Ik ben er geweest. Het is tragisch wat daar gebeurd is. Er is in Mattersburg onder Wenen een begraafplaats met een hele massa graven van ‘onbekende Duitse soldaten’. In een daarvan zal Albert liggen, maar zekerheid is er niet.” Wel duidelijk is geworden dat de jongeman uit Alteveer in januari 1945 naar de kazerne in Graz in Oostenrijk is gestuurd om daar opgeleid te worden als SS-grenadier. Hij werd daar ingedeeld bij het ‘3e SS pantzergrenadier Ausbildung und Erzatzbatallion 11’. Dat bestond vooral uit vrijwilligers en ‘verplicht vrijwilligers’ uit door de nazi’s veroverde gebieden. Een belangrijk deel bestond uit Nederlandse jongeren van net 16 jaar. Ook voor hen werd het in de meeste gevallen het eindstation. Zochten ze avontuur, heldendom of geld? Moest het communistisch gevaar worden tegengehouden? Hun beweegredenen om voor de nazi’s te vechten zijn net zo ondoorgrondelijk als die van de jongeren die de laatste jaren kozen om in Syrië voor Islamitische Staat te gaan vechten.

Bé: „Het was de tijd dat er in Nederland alom propaganda werd gemaakt om als vrijwilliger mee te vechten tegen het communisme. Zo is er het verhaal van de zoon van een melkboer uit Hoogkerk die perse officier wilde worden, maar in het Nederlandse leger geen kans kreeg. Zo waren er vast meer die zich uit idealisme hadden gemeld. Nu noemen we ze allemaal fout, maar zo zwart-wit ligt het niet. Er waren er ook die zich hebben gemeld om te voorkomen dat hun vader in Duitsland moest werken. En het is vrijwel zeker dat Albert bij de categorie ‘verplicht vrijwilliger’ hoorde.”

‘Je hebt niet altijd schuld aan verkeerde keuzes’

Dat laatste is tegelijk reden dat het boek uitgegeven moet worden, vindt Bé. „Want bestaat er alleen goed en fout? Het minste van twee kwaden kiezen komt veel vaker voor. Mensen moeten kunnen snappen dat je niet altijd schuld hebt aan verkeerde keuzes.” Voor Albert gold dat hij net in Groningen een gezin had gesticht. Hij was getrouwd en er was een kind op komst. Als fietsenmaker was er te weinig te verdienen. Hij was opgegroeid als oudste zoon in een straatarm gezin, dat in 1923 de laatste plaggenhut bouwde op het Steenbergerveld. Tot 1937 heeft het gezin zich daar staande gehouden met klusjes voor boeren en bezems binden. Een beste start had hij dus niet. Albert heeft net leren lezen en schrijven toen hij als kostwinner van school werd gehaald. Slim was hij niet, zijn huisarts noemde hem zelfs achterlijk. Maar kinderen maken lukte dus wel, al heeft hij zijn dochter maar een keer gezien.

Albert Aalders uit Alteveer bij Roden in 1940. Een verkeerde keuze bracht hem de dood als Duitse soldaat.
Albert Aalders uit Alteveer bij Roden in 1940. Een verkeerde keuze bracht hem de dood als Duitse soldaat.

Heel zeker is Bé niet van de reden van de verkeerde keuze van zijn oudoom, maar de logica zegt dat Albert vanwege de zekere verdiensten naar de NSKK is gestapt: het Nationalsozialistische Kraftfahrkorps. Dat beloofde goede verdiensten. Dat had een kantoor in Groningen en had chauffeurs nodig. Dat werd hij uiteindelijk ook. Niet voor de NSKK, maar grip op zijn leven had hij al niet meer. Hij kreeg een baan als chauffeur bij een ijzerhandel in Berlijn. In 1943 wilde hij terug naar Nederland op een vals paspoort maar werd gepakt. Naar huis hoefde hij niet daarna meer, want zijn vrouw had een ander. Bé noemt het erg waarschijnlijk dat Albert bij zijn tweede aanhouding voor de keus is gesteld: bij de SS of executie, zoals in 1945 wel veel vaker gebeurde.

Russen maakten korte metten met kanonnenvoer

Albert had er net twee weken ‘opleiding’ op zitten toen eind maart het bataljon op de Russen werd afgestuurd die Rechnitz al hadden ingenomen. De Russische hoofdmacht met tanks maakte korte metten met het licht bewapende ‘kanonnenvoer’. Een monument in het Pinkadal herinnert aan de slachtpartij die volgde. Van de ongeveer 1000 man van Aalders’ bataljon overleefden er zo’n 150. „Ze kenden elkaar niet eens. Ze waren nog maar net in training. Zeker vijftig Nederlandse jongens staan op de dodenlijst van het Pinkadal.

Koninklijke Van Gorcum wil het verhaal graag te boek stellen, omdat ook nu nog jongeren om volstrekt verkeerde redenen zich laten verleiden naar oorlogsgebieden af te reizen. Publicist Igor Wijnker gaat het schrijven.

Deel dit artikel
Reageren? Correcties? Tips? Mail naar verhalen@ndcmediagroep.nl

Nu, 1945 is een project van Dagblad van het Noorden, in samenwerking met de Groninger Archieven, het Drents Archief en Herinneringscentrum Kamp Westerbork. In 2020 brengen we elke dag verhalen over diezelfde dag in 1945. Dat doen we op basis van interviews, ooggetuigenverslagen en papieren bronnen, zoals (verzets)kranten uit de oorlog. We brengen het nieuws van toen alsof het nu gebeurt, maar houden rekening met wat mensen toen wisten. Met Nu, 1945 willen we laten zien hoe het dagelijks leven er onze regio uitzag in het laatste oorlogsjaar.

Aan dit project werken mee:

  • Archiefonderzoek, verslaggeving en interviews: Jan-Willem Horstman, Stef Bekhuis, Bernd Otter, Annique Oosting en Leonie Sinnema
  • Video’s en beeld: Jeroen Kelderman
  • Projectcoördinatie: Annique Oosting
  • Design website: Pim Klomp
  • Bouw website: Afdeling Digital Development NDC Mediagroep en Alwin Wubs
  • Ontwerp beeldmerk: Harry Kasemir

Dit project is mede mogelijk dankzij subsidies van de provincies Groningen en Drenthe en steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.